Voorwoord bij “De weg van Golgotha”

 

De conferentie

In april 1947 kwamen verscheidene zendelingen op mijn uitnodiging naar een door mij georganiseerde Paascon­ferentie.

Daar ik belang stelde in geestelijke opleving en gehoord had dat zij reeds gedurende een aantal jaren, op hun zendingsveld, een opwekking beleefden, had ik hen verzocht te komen spreken.

Wat zij vertelden was heel wat anders dan wat ik altijd met een opwekking in verband had gebracht. Het was zeer eenvoudig en zonder omslag.

 

Ontdekt aan de eigen nood

Terwijl zij hun boodschap uiteenzetten en hun getuigenis gaven ontdekte ik dat ik zelf de meest in nood verkerende persoon was van alle aanwezigen op de conferentie en meer behoefte aan opleving had dan ik mij ooit bewust was geweest.

Ik deed die ontdekking echter slechts lang­zaam. Daar ik zelf één van de sprekers was, stelde ik waar­schijnlijk meer belang in de noden van de anderen dan in die van mijzelf. Terwijl mijn vrouw en anderen zich voor God vernederden en de reiniging van het kostbaar bloed van Jezus ondervonden, gevoelde ik mij min of meer “hoog en droog” ‑ “droog” juist omdat ik “hoog” was. Ik stootte mij aan de eenvoud van de boodschap, of liever gezegd aan de eenvoud van wat mij te doen stond om opnieuw bezield en met de Heilige Geest vervuld te worden.

Toen anderen aan het einde van de conferentie getuigden hoe Jezus hen verbroken had bij Zijn kruis en hun hart tot overvloedens toe met Zijn Heilige Geest vervuld had, kon ik zo’n getuigenis niet geven. Slechts later werd ik er toe in staat gesteld om niet langer te proberen de dingen in mijn voorstelling van de geloofsleer te passen, maar om nederig naar het kruis te komen voor reiniging van mijn persoonlijke zonden.

 

De opwekking bereikt hem

Het was of ik mijn leven als christen helemaal opnieuw begon. Mijn vlees “kwam weder, gelijk het vlees van een kleine jongen”, zoals bij Naäman toen hij gewillig was om zich te vernederen en zich in de Jordaan te dopen.

En het is sindsdien een nieuw hoofdstuk geweest in mijn leven. Dit hield echter in, dat ik voortdurend moest kiezen dood te zijn voor mijn eigen grote “IK”, opdat Jezus alles zou kunnen zijn, en dat ik steeds weer tot Hem moest komen om in zijn kostbaar bloed gereinigd te wor­den. Daarom is het dan ook een nieuw hoofdstuk.

 

Ingeschakeld bij het doorgeven van de boodschap

In die tijd gaven mijn vrouw en ik een blaadje uit dat wij “Challenge” noemden en door middel waarvan wij jonge christenen tot een diepere ervaring van de Heer Jezus trachtten te leiden. Het sprak toen natuurlijk vanzelf dat wij in het volgende nummer neerschreven wat God ons had laten zien.

Op eenvoudige wijze brachten wij de op­wekkingsboodschap, zoals die tot ons gekomen was, in druk. Plotseling ontstond er een geweldige vraag naar het blaadje, omdat het deze eenvoudige boodschap bracht. Toen wij in de volgende nummers doorgingen over de opwek­kingsboodschap te schrijven, steeg de vraag op verrassende wijze. Bijna elke dag kwamen er brieven binnen, die er van getuigden hoe God Zijn kinderen gezegend had en waarin om verdere toezending werd gevraagd. Aanvragen uit vergelegen landen, waarheen het blaadje zijn weg ge­vonden had, en berichten uit verschillende streken, om­trent hernieuwde levens onder Gods kinderen, begonnen binnen te komen. Ook in het Frans en Duits verschenen vertalingen.

Zonder dat wij het hadden verwacht of ver­diend waren wij werktuigen in Gods hand geworden. Inderdaad konden wij ons nergens op beroemen, want het bleek dat de opwekkingszegen niet zo zeer het gevolg was van “Challenge” dan wel “Challenge” van de opwekkings­zegen.

God deed Zijn werk in vele harten, en op vele plaatsen. Het getuigenis van hen, die tot herleving waren gebracht maakte anderen begerig, die op hun beurt de weg naar het kruis vonden, en zo verbreidde zich de zegen van hart tot hart. En waar dit gebeurde was er ook vraag naar het blaadje, want dit trachtte hetgeen zovelen be­gonnen te ondervinden, in duidelijke, bijbelse taal uit te drukken.

Door omstandigheden is het op ‘t ogenblik moeilijk voor ons nog meer uitgaven van “Challenge” te verzenden, en toch zijn er nog steeds aanvragen voor vroegere nummers binnengekomen. Het is duidelijk, dat deze opwekkings­boodschap onder het bereik van een grotere lezerskring moet komen, want de dorst van Gods kinderen naar de Stromen van Levend Water groeit. Dus hebben wij, aan­gemoedigd door Gods zegen op wat voorafging, artikelen uit “Challenge” vermeerderd met twee nieuwe hoofdstuk­ken in dit boekje samengevat en uitgegeven, waarbij we van God verwachten ze naar Zijn wil te gebruiken.

 

De opzet van het boekje “de Weg van Golgotha”

We kunnen niet beweren, dat ons onderwerp hier regelmatig, hoofdstuk na hoofdstuk, behandeld is. De bedoeling was dat elk artikel een op zichzelf staand geheel zou zijn. Nu ze samengebundeld zijn kan het dus niet anders of dezelfde stof wordt vaak meer dan eenmaal besproken, en bepaalde dingen worden kennelijk steeds herhaald. Het mag daarom niet als een gewoon boek beschouwd worden, en het is beter elk hoofdstuk afzonderlijk te lezen, dan alles ineens achter elkaar.

 

Geen louter persoonlijke bijdrage

Men moet niet denken, dat deze brochure een louter per­soonlijke bijdrage van onze kant is. Wat in dit boekje be­schreven staat is geleerd in gemeenschap met anderen die, evenals wij, ook op nieuwe wijze de weg van het kruis zijn gaan bewandelen. Ieder ander behorende tot die gemeen­schap, zou deze hoofdstukken hebben kunnen schrijven.

Het is ook een gemeenschap, die voortdurend groeit want een steeds groter wordend aantal levens wordt op rustige wijze beïnvloed en gezegend door de opwekkingsbeweging in dit land. (Dit schreef Hession in 1950. Met dit land bedoelt hij Engeland) We menen dat dit bijdraagt tot de kracht en betekenis van wat hier geschreven is.

 

Wat is opwekking

Nu een woord over opwekking zelf.

De opvatting van een opwekking zoals die in de volgende bladzijden wordt be­schreven zal velen verwonderen.

De gangbare opvatting van een opwekking is gewoonlijk die van een geestelijk ontwaken met veel vertoon, waarbij vele onbekeerden van hun zonden overtuigd worden en temidden van veel opge­wondenheid tot Christus worden gebracht. Hoewel we vurig kunnen verlangen naar een dergelijke werking van Gods Geest blijft het toch iets onberekenbaars. We kunnen er alleen om bidden, en dan wachten op Gods tijd. Onder­tussen moeten wij maar als verslagenen verder gaan, en de kerk moet maar ‘t een of ander verzinnen, waardoor zij haar getuigenis zonder nieuw leven kan voortzetten.

Enigen van ons zijn tot de ontdekking gekomen, dat een echte opwekking vaak het omgekeerde van dit alles is. Een opwekking hoeft helemaal niet een vertoning te zijn (dat is het zeker niet voor hem, die in het licht van het kruis zijn zonden ziet).

Blijkt er iets te zijn dat de aandacht trekt, dan is dit vaak van ondergeschikt belang in de op­wekking. Onze vrienden, de zendelingen die ons op de conferentie de boodschap brachtten, gingen met overleg te werk. Ze spraken niet over de “opzienbarende” kant van wat ze beleefd hadden, uit vrees dat wij niet duidelijk zouden begrijpen, waar God bij ons op aandrong.

Een op­wekking is niet in de eerste plaats wat God doet onder de onbekeerden, maar wat Hij doet onder Zijn kinderen. Opwekking betekent heel eenvoudig: Nieuw Leven, en dat houdt in, dat er wel leven is, maar dat het kwijnend is.

Onbekeerden hebben geen herleving nodig omdat bij hen geen leven aanwezig is dat hernieuwd kan worden. Het zijn de Christenen die herleving nodig hebben. Maar dat gaat uit van de veronderstelling, dat er verval is geweest. Je kunt alleen doen herleven dat wat zwak is geworden.

 

Wie in aanmerking komen voor een opwekking in hun eigen leven

Alleen zij, die bereid zijn te erkennen, dat er achteruitgang in hun leven is geweest, komen in aanmerking voor wederopwekking.

God zal hernieuwing schenken naar mate wij ernst maken met onze belijdenis.

 

Eerst herleving onder de christenen waarna ongelovigen worden bereikt

En wanneer God ons, christenen, doet herleven zal God ook met nieuwe kracht onder de verlorenen werken, en we zullen daar opnieuw een werk van genade zien. Een van de slagzinnen van Evan Roberts tijdens de opwekking in Wales was “Buigt de kerk, en redt het volle”. Deze twee houden altijd verband. De wereld gelooft niet meer, omdat de kerk haar vuur verloren heeft.

 

De gezindheid die in ons hart behoort te zijn.

Tenslotte moeten we nog iets zeggen over de gezindheid, die in het hart van de lezer behoort te zijn.

Om van God door deze bladzijden een zegen te kunnen ontvangen, moet hij ze lezen met een oprecht, hongerend hart. Hij moet vervuld zijn met een gevoel van onvoldaanheid over de algemene toestand der kerk en die van hemzelf ‑ speciaal over die van hemzelf. Hij moet gewillig zijn toe te laten, dat God in hem begint te werken, voordat Hij werkt in een ander. Hij moet in de heilige verwachting leven, dat God zijn nood kan en wil vervullen.

 

Hen die leiding geven

Indien hij op de een of andere wijze een leidende positie inneemt als christen, verhoogt dit de noodzakelijkheid van wat hierboven is gezegd over de juiste gezindheid nog aanzienlijk.

Zijn bereidheid om zijn eigen nood te erkennen en zegen te ont­vangen zal de mate zijn waarnaar God de mensen, die hij dient, zal kunne zegenen.

Vóór alles moet hij beseffen dat hij zichzelf als eerste moet verootmoedigen bij het kruis. Als er behoefte is aan meer eerlijkheid ten opzichte van de zonde onder de zijnen, moet hij er zich van bewust zijn, dat het bij hemzelf beginnen moet. Toen de koning van Ninevé van zijn troon opstond, zich met een zak be­kleedde en neerzat in de as als teken van zijn berouw, bekeerde zijn volk zich ook.

 

Hij wil met u beginnen

Laten degenen, die geen leidende positie innemen, echter niet in de verleiding gebracht worden, om te zien naar degenen die dat wel doen, en op hen wachten. God wenst met een ieder van ons te beginnen. Hij wil met u beginnen. Moge God ons allen zegenen.

 

Januari, 1950  ROY HESSION

 

Naar het eerste hoofdstuk

Naar de pagina over ‘opwekking en verdieping van het geestelijk leven’.

HOME